Verder leven zonder ouders

Geen happy memories en al helemaal geen spullen of persoonlijke aandenken.

Dat was de realiteit van mijn soulmate. Met zijn 31 jaar was hij opeens alleen op de wereld.


Het verliezen van een ouder is een bijzonder pijnlijke levenservaring. Het verliezen van een ouder terwijl je niet meer in speaking terms bent is een clusterfuck van schuldgevoel, boosheid, spijt, verdriet en vooral heel veel vragen.


Het toch nog plotseling overlijden van zijn moeder bracht ons weer bij elkaar.

Hoe lastig dit ook was. De draad oppakken terwijl alle draden verbroken waren.

Maar we deden het. Op hun manier. Alsof er nooit iets was gebeurd.


Na een half jaar kregen we hoop. Het leek alsof we een nieuwe kans kregen. Eentje met minder leugens en met meer oprechtheid. Eentje met plezier en gezelligheid.

Ondanks de rouw. Of juist dankzij de rouw. Het verdriet was onze gemene deler.


Voor ons was het de schone taak om het verleden los te laten.

Wij moesten onszelf bevrijden van alle leugens en waanzin en vooral van onze eigen boosheid en frustratie. Want het valt niet mee als je iemand hebt gevraagd om te blijven leven en diegene daar geen gehoor aan geeft. Dat je huilend op je knieëen je eigen moeder vraagt om naar je te luisteren en dat dan niet gebeurd.


Dát was ook onze les. Die lering trokken we enkele jaren later eruit.

Iedereen heeft het recht om zijn of haar leven te leiden zoals hij of zij dat wilt.

Geen ander mens heeft recht op inspraak. Zelfs niet als je het kind bent.

Maar die wijsheid hadden we op dat moment zelf nog lang niet.


Wel waren we gestart met het helingsproces. Het vergeven van haar daden maar ook onze eigen acties. Want in ieder verhaal hebben ook wij een rol gehad. En ook al waren onze bedoeling zuiver en oprecht, ze droegen niet bij aan de situatie.


Hoe vaak wij elkaar wel niet dit zinnetje hebben horen zeggen: "Als ik toen had geweten dat ze nog maar drie maanden zou leven, dan had ik die drie maanden ook nog wel volgehouden." Een jammerlijke conclusie. Achteraf.

Eentje die ons nog jarenlang zou achtervolgen. Net zolang totdat we ook hier de lering uit hadden getrokken. Want de keuze die we toen moesten maken was tussen de veiligheid van onze peuter en het contact met zijn ouders. Die twee gingen helaas niet meer samen.


Gelukkig was er ook iets heel moois ontstaan. In diezelfde maand dat zijn moeder het leven liet, ontstond er een nieuw leven in mij. En dat voelde als een troost vanuit het universum. Iets om naar uit te kijken.


Even, heel even dachten we dat het allemaal goed ging komen. Want een troostende gedachte was ook dat de persoon achter de leugens en complotten er nu niet meer was dus ook geen roet meer in het eten kon gooien.


Totdat ik met mijn baby op schoot aan een sterfbed zat. Wat een bizarre beleving is het om in één ruimte te zijn met iemand die net op aarde is en iemand die bezig is deze aarde te verlaten. Het levenslicht in twee varianten. Eentje fel oplichtend en de ander zachtjes dovend.


Dit keer konden we wel afscheid nemen van elkaar. Uitspreken wat we dachten en voelden maar vooral hebben we het goedgemaakt met elkaar. Want enkel door elkaars fouten te vergeven ontstond er ruimte voor iets nieuws.

Het waren een paar mooie dagen. En toen was het klaar.


Een donkere periode volgde. Zoveel verdriet, zoveel vragen en een heel groot gemis.

Mijn soulmate verdronk in zijn verdriet. Gebroken sliep hij op de bank. Nacht na nacht.Het waken aan het sterfbed had bij hem een trauma veroorzaakt. Hij durfde zelf niet meer in bed te liggen.


En ik moest door. Doorgaan met het verzorgen van onze kinderen, het regelen van het huishouden en natuurlijk gewoon weer aan het werk. Daar was ik ook goed in.

Ik was heel graag deze bouwsteen in ons gezin. Ik was onverwoestbaar.


Tenminste, dat dacht ik. Want ook ik ging iedere dag een beetje stuk.

Ook al wist ik in mijn hoofd dat een rouwproces iets is waar iemand zelf doorheen moet, ik vond het moeilijk om niets te doen. En pijnlijk dat ik niet werd toegelaten.


De manier waarop alles is ging, maakte het ook niet makkelijker. Die maanden hadden we de meest ongelofelijke momenten beleefd. Gesprekken gevoerd waarvan we het scenario niet hadden kunnen bedenken. Werkelijk insane.


Het weigeren van de erfenis was emotioneel heel pijnlijk maar rationeel het beste wat we konden doen. Hiermee verloren we ook ieder tastbaar aandenken. Opeens hadden spullen een waarde gekregen. Maar die waarde konden wij ons niet veroorloven.


Niet alleen het gemis, maar ook alle onrust eromheen maakte dat we het niet konden afsluiten. En dat gaf veel spanning. Ook in onze relatie. Want uiteindelijk beleef je het allemaal op je eigen manier. Wat in ons geval betekende dat dit ons niet dichter bij elkaar bracht. Logisch ook, want ook al waren deze mensen bijna 20 jaar in mijn leven. Het waren niet mijn ouders.


Het voorjaar 2009 bracht hier verandering in. We ontdekten twee kleine nieuwsgierige groene takken in onze voortuin. Die twee takken groeiden uit tot mooie bomen. Hoe ze daar zijn gekomen? Geen idee.


Al snel zagen we het verschil. Het was dezelfde soort boom maar de ene was groot en stevig en de ander fijn en fragiel. Meteen voelden we hetzelfde ook al was het maar een droomgedachte. Deze twee bomen staan symbool voor zijn vader en moeder.

En dat geeft troost. Zo hebben we alles een plekje kunnen geven.


In de zomer verkoelen hun bladeren ons tegen de hitte van de zon op het zuiden.

In de herfst verrassen ze ons met hun mooie bonte kleuren.

In de winter versieren wij de kale takken met vrolijke kerstverlichting.

In het voorjaar geven zij ons mooie roze bloesem.


Het rapen van de bladeren in de herfst geeft een gevoel van verbinding.

Vaak komen er dan ook vrolijke en mooie herinneringen terug.

Het rapen van die blaadjes herinnert ons ieder jaar eraan hoe belangrijk het is om los te laten. Loslaten van alles wat jou niet meer dient.

Alsof ze nog bij ons zijn en het in ons oor fluisteren, zo voelt dat.


En iedere keer als we thuiskomen, worden we opgewacht door deze twee bomen.


Liefs,

Hanneke






© 2019 proudly created by Which way is North?